Ontwerper

Eelco Dekker, ontwerper

 

Eelco Dekker, architect en mede-eigenaar van JADE Architecten is duidelijk: ‘Alle energie de je in een plan voor herbestemming stopt is verloren als je geen exclusiviteit hebt’. We spraken hem over zijn ervaringen met het hergebruik van maatschappelijk vastgoed.

Regelmatig ziet Eelco enthousiastelingen aan de slag gaan met een pand. Ideeën worden uitgewerkt, contact met de gemeente gelegd, plannen gesmeed. Als het pand uiteindelijk de openbare verkoop in gaat via een tender of een makelaar, dan sta je als initiatiefnemers gewoon tussen de andere gegadigden. Natuurlijk mag je meedoen. Maar als het hoogste bod telt dan winnen initiatieven die zich hard maken voor een specifiek doel of doelgroep het bijna nooit van geld op zoek naar rendement, zo is de ervaring van Dekker. ‘Dat levert meestal niet het beste voor een stad of dorp’ stelt Dekker.

Als architect heeft hij in verschillende rollen ervaring opgedaan. Zo bracht zijn bureau in opdracht van een gemeente kansen in kaart voor verschillende panden. Technische haalbaarheid, mogelijk programma en meerdere scenario’s voor herbestemming. Allemaal werk voorafgaand aan verkoop. Dekker: ‘Hier worden we natuurlijk netjes voor betaald’.

Uiteindelijk kiest de gemeente als verkoper zelf welke panden ze gaat aanbieden aan de markt. Niet alleen de studie van een architect speelt daarbij een rol. Ook taxatie-informatie en een kansen en risico afweging maken deel uit van het beslissingsproces van de gemeente. ‘Of we dan in het vervolg nog een rol spelen is geheel aan de nieuwe eigenaar. Het lijkt voor de hand te liggen met de architect aan de slag te gaan die de voorstudie heeft gedaan maar soms gaat ons werk de prullenbak in en begint een andere architect weer van voor af aan.’

Een hele andere ervaring deed Dekker op in Brabant. Voor de herbestemming van een gebouw werden inzenders getoetst op vier onderdelen: welk programma werd met het voorstel gerealiseerd, hoeveel wilden de inzenders betalen voor de grond, hoe duurzaam was het plan en hoe zag de stedenbouwkundige inpassing eruit. ‘Elk van de vier onderdelen telde even zwaar mee in de eindscore. Daarmee zijn de financiën niet meer alles bepalend. In de selectiecommissie hadden naast professionals ook omwonenden zitting.’

Zelf ziet Eelco Dekker ook nog een derde variant die hij moeite van het testen waard vindt: Als de gemeente of een initiatiefnemer een bepaald gebruik of functie belangrijk vindt voor het goed laten functioneren van de gemeenschap zou er een prijsvraag uitgeschreven kunnen worden. Een jury samengesteld uit initiatiefnemers en gemeente kiest het winnende plan op basis van vooraf gestelde criteria. Zo zou bestaand maatschappelijk vastgoed na transformatie weer een nieuwe functie kunnen krijgen voor de inwoners van de wijk. Dekker benoemt de voordelen: ‘Op deze manier zit de samenleving maximaal aan het stuur, heeft de markt de kans om daar met hun ideeën op aan te haken en de gemeente heeft de gewenste marktwerking.’’